dinsdag 8 juni 2010

Pratende Hoofden (2)


Het hoofd was helemaal leeg; Farizeeër Dzjek (zie 20/2 en 13/3) zat met z'n luchtmachtsnol veilig in de kazerne; Van Verstandverbijsteringsveldt had eindelijk de status, die ze in feite altijd al had: demissionair en ik had al meer dan 10 dagen geen televisie gezien. Een kampvuurtje maken en zorgen dat het vuurtje bleef branden, zodat de inhoud van de pan op temperatuur bleef en op smaak kwam. Zo hoort het.
Hout hakken is normaal m'n hobby niet; ik ben onhandig, dus er kan van alles gebeuren en daarnaast word ik er moe van. Edoch, wat hout hakken voor een knapperend vuurtje met daarboven een pan smakelijk voedsel, mag ik graag doen. Echter, ineens begon tijdens het hakken enige agressie los te komen. Wat was er toch aan de hand? Hoe kon dat? Nadere introspektie leerde dat ik dacht dat ik op het hoofd van Felix Oprottenberg (zie ook Leeghoofderij, 4 april) in aan het hakken was. Morgen zijn de verkiezingen, daarna nog een dag naar het pseudo-intellectuele geleuter van Oprottenberg luisteren, daarna de volgende terrorist. Ook weer een Dzjek: Dzjek van Gelder. Houdt het dan nooit op?

maandag 7 juni 2010

John Kennedy Toole


'Hedde gij da nog nie gelezen', vroeg Ties van de boekenauto op de Markt vol ongeloof? Nee, dus. John Kennedy Toole, Een Samenzwering van Idioten. Goede titel ook; deed me erg aan m'n werkomgeving denken. Hieronder eerst een samenvatting (bron: NRC boeken), daarna nog wat opmerkingen.
De Amerikaanse literatuur wemelt van de krankzinnigen en halve garen. Maar geen romanheld neemt zulke absurde proporties aan als Ignatius J. Reilly, de moddervette en pompeus pratende moraalridder uit 'Een samenzwering van idioten'. Reilly is een nachtmerrie voor zijn omgeving, maar de droom van iedere liefhebber van literaire komedie. Vanuit zijn smerige slaapkamer in een achterbuurt van New Orleans vult hij blocnote na blocnote met polemieken tegen de moderne tijd, die sinds de Middeleeuwen zou worden gedomineerd door 'de goden van Chaos, Waanzin en Slechte Smaak.' Maar dan wordt de aartsluie dertiger door zijn overheersende moeder gedwongen om werk te zoeken, en trekt hij een spoor van vernieling in de stad die zo ironisch de bijnaam 'The Big Easy' draagt. Nog meer dan een satire (de titel komt uit een citaat van Jonathan Swift) is A Confederacy een zedenkomedie. Het zijn de verschillende bevolkingsgroepen van New Orleans die op een hilarische manier te kijk worden gezet door de parade van hoeren, burgers en buitenlui die aan Ignatius voorbijtrekt. Tooles plot, die wemelt van de toevallige ontmoetingen en slim in elkaar grijpende verhaallijnen, is erop gericht om al die prototypische 'Orleanians' op elkaar te laten botsen. Het resultaat is een portret van de stad die geen Mardi Gras nodig heeft om de wereld op zijn kop te zetten, en een roman die door virtuoos gebruik van slang, 'jive talk' en komisch-hoogdravende Reilly-taal het beste van Twain naar de kroon steekt.
Genoeg complimenten. Inderdaad een waanzinnig goed boek. Meteen meedogenloos in m'n top 5 terecht gekomen. Maar waarom? Ik heb het boek in 2 dagen uitgelezen. Op 1 van die dagen sprak ik met een Amerikaans schrijversechtpaar in het verre en verwarde Hongarije. Het was meteen kermis. Style or contents, was de vraag. Stijl of inhoud dus. 'Style is the answer', antwoordde ik. Heisa in de tent. De vrouwelijke helft was van de 'stijl', de mannelijke helft van de 'inhoud'. We kwamen er uiteraard niet uit, want er valt niet uit te komen.
De volgende dag had ik het boek uit. Stijl of inhoud? Waarom was het zo goed? Waarom bleef ik maar aan dit boek denken en waarom denk ik er 1 maand later nog steeds aan? Het was de compositie; je komt uit de tunnel, deze keer geen donker somber riool, maar een prettig verlichte goed vormgegeven gang en als je deze uitkomt, wacht aan het eind het feest een onverwachte plot. Lezen dus.

zondag 6 juni 2010

Tollenaars


Tollenaar: hij die tolgelden int of als pachter laat innen; (bijbels) benaming voor de ambtenaren die ten tijde van Christus in Palestina de belastingen inden voor de Romeinen; zij gingen vaak onrechtvaardig te werk, zodat de benaming gelijk stond met die van afperser. Bron: van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal. Elfde Herziene Druk.
4 Jaar geleden vroeg ik aan de bediende van een terras op het Inteeltplein, ook wel bekend staand aan als het Hippieplein oftewel het Wilhelminaplein in de middelgrote werelstad E., waarom hij in borrelglazen wijn serveerde. Deze vraag werd niet in dank afgenomen. Ik moest niet zeuren, het waren echte wijnglazen en de hoeveelheid was ook helemaal in orde. Een grote mond open trekken tegen een klant, betekent 4 jaar straf en dus geen bezoek meer aan het Inteeltplein en dus ook omzetverlies voor de Tollenaars. Dit jaar was het weer tijd om een kijkje te gaan nemen. Voor Marij een wijntje besteld en, jawel hoor, de hoeveelheid was nog minder geworden. Ik zei tegen de bediende achter de bar dat hij hij te weinig wijn in het glas had gedaan. Hij ontkende. Hij had een maatglaasje van zijn baas gekregen en daar mat hij de wijn in af, voordat hij de wijn in het definitieve glas gooide. Zo ver zijn de Tollenaars van het Inteeltplein aan het gaan: wijn afmeten. Na wat gezeur van de immer militante Limburger C. kwam hij later die avond nog vertellen dat hij er ook niets aan kon doen: orders van de bazen. Gisteren zijn we eens wetenschappelijk gaan onderzoeken hoeveel het precies is. Zie hieronder.

Juist ja, 0,7 DL. 1,0 DL is al erg, maar 0,7 DL betekent dus dat de Tollenaars van het Inteeltplein met al hun gezelligheid, festivalletjes, fietstclubjes etc. maar op een ding uit zijn: de klant zo veel mogelijk afpersen: 10 glazen matige wijn uit een fles! Helaas moeten de Tollenaars van het Inteeltplein wederom gestraft worden: 4 jaar onvoorwaardelijk, zonder vooraftrek.

woensdag 7 april 2010

Stoppen (2)

Ik stop er dus voorlopig even mee. U hoort nog van mij als ik er weer zin in heb.

dinsdag 6 april 2010

maandag 5 april 2010

Bekeuringsangst


10 Kilometer voor de grens met Hongarije begint het al: einde van de snelweg, dus staat de Oostenrijkse verkeersgestapo her en der met hun laserpistooltjes te meten of je toevallig 1! kilometer te hard rijdt. In de zomer is dat ook nog een milieudelict, dus extra betalen. Oostenrijks-Hongaarse grens: ook als er geen hond is 30 km. Daarna Sopron door: ook gevaarlijk. Bovendien rijden de Hongaren precies 50 km. en gelijk hebben ze want de bekeuringen zijn voor hun inmiddels onbetaalbaar geworden (21 km te hard = € 220). Daarna Sopron - Sarvar; verschillende dorpen afgewisseld met doorgaande weg (snelweg of provinciale weg? hoe hard mag ik?). Ik doe maar wat; constant alert op meetapparatuur en lichtsignalen van tegemoetkomend verkeer. De Hongaarse politie heeft inmiddels Westeuropese meetapparatuur en staat bijna op elke hoek of achter elke 2e struik. Volkomen paranoia bereik ik Sarvar. Verder naar Sumeg; lange rechte weg, echt zo'n weg om even door te rossen, maar helaas: ook mogelijke controles: nog dik 200 km. Bij Sumeg na het kasteeel de bush in, richting Heviz; eindelijk geen controles want bochtige plattelandswegen, bovendien komt hier niemand. Plankgas tot net voor Keszthely. Daarna weer oppassen tot Nagybajom. Vanaf Nagybajom tot Szigetvar het fijnste stuk: zeker geen controle, weinig verkeer, dus even uitleven maar. Vanaf Szigetvar tot het landgoed; constant oppassen. Waar het tot 10 jaar geleden genieten was (bonnen waren betaalbaar en weinig controles) kwam ik, tot vorig jaar, volledig uitgeput en paranoia aan op het landgoed. Hoera, dit is afgelopen; het is echt waar, de autoweg is officieel geopend: 4 teilen volgehuild van ontroering! Ja, inderdaad erg dat een man op leeftijd naar een fillumpje van een autoweg kijkt, maar ik moet dit even delen: ik heb 'onderweg' te veel meegemaakt de laatste jaren, de emotie zit diep. Heb begrip! Of niet ... zie maar.
http://www.youtube.com/watch?v=x29SyyS-Zg0

zondag 4 april 2010

Leeghoofderij


Ja, dit wordt even doorbijten, maar het gaat om de 'staat van het land'. De staat van het land kan men aan van alles afmeten: 'een land krijgt de Minister President die het verdient', het gedrag en niveau van de volksvertegenwoordiging is een afspiegeling van het land, de media enz. Ook de journalisten, analisten en ander zwetstuig op de verrekijk die over het land oudehoeren, zijn een afspiegeling van de stand van zaken. Een kwalijke verzameling zat afgelopen maandag bij DWDD: Felix 'Pratend Hoofd' Rottenberg, Dzjek 'de Twitteraar' de Vries en Jan 'wat zal ik nu eens zeggen om interessant te doen en mezelf omhoog te tillen' Mulder.
In bovenstaand fragment wordt de stand van zaken voor wat betreft de politiek doorgenomen. Dzjek is een beetje nerveus, want het gaat niet goed met het CDA en hij is zelf op plaats 14 gezet op de CDA-verkiezingslijstlijst (10 plaatsen onder Van Verstandsverbijsteringsveldt! Kan een mens dieper zinken?) en weet dat de Linkse Kerk gaat hakken. Pratend Hoofd Felix is ook licht nerveus want hij heeft nog een verrassing en kan nauwelijks wachten. Na een obligate openingsaanval op het CDA en wat gewauwel over het 'zwakke' punt van Cohen, komt na 3:53 ineens het konijn uit de hoed: Felix heeft in de Bijbel gelezen, en ... en dat moeten wij allemaal weten: Felix kent de ex-jezuïet Huub Oosterhuis (Felix trekt hier een beetje ouderwets ten aanval op het CDA: bestookt de tegenstander met zijn eigen middelen -Bijbel en ex-jezuïet, maar dat vergeven we Felix, want heeft ook niet meer dan een HAVO-diploma en talloze mislukkingen op zijn naam. Waarom moet ik dat trouwens weten, Felix, dat jij zo maar met de ex-jezuïet Huub Oosterhuis belt, is dat relevant voor je verhaal of is dat bedoeld om zelf nog belangrijker te lijken?). Felix heeft dus de ex-jezuïet Huub Oosterhuis zelfs gebeld om advies te vragen, dat is belangrijk om vast te stellen. Daarna begint Felix een niet relevant stuk uit Lucas voor te lezen en plakt aan deze metafoor een vraag die evengoed zonder deze inleiding gesteld had kunnen worden: waarom werd Balkenende meteen na de kabinetsval benoemd als lijsttrekker, waarom kon men daar niet een week of 3 mee wachten? Dzjek komt er niet goed uit. Men keuvelt wat verder in dit pseudo-intellectuele verzorgingstehuis, oom Felix leest nog een stukje uit de Bijbel en daarna gaat het definitief naar niveau nul. Felix begrijpt zichzelf niet meer, Dzjek weet niets te verzinnen en Mulder kan zichzelf ook niet meer pseudo-filosofisch-humoristisch opkrikken.
Kortom: niet meer kijken naar deze onzin. Dzjek is uitgespindokterd, Felix, het Pratend Hoofd, begrijpt zichzelf niet meer en Jan, wat ben ik toch interessant, Mulder is dementerend. Sterkte Mathijs! Toch even proberen om wat andere vrienden van je bij de Amsterdamse Albert Heijn te vragen om het dagelijkse uur vol te kletsen, want met deze middelmatigheid haal je jezelf alleen maar omlaag.
Als goedmaker een liedje van de nieuwe plaat van -Talking Head- David Byrne en Fatboy Slim. Best wel goed.