woensdag 16 juni 2010

Boekverkoper


Tot mijn 30ste heb ik altijd boeken van mijn verjaardagsopbrengst gekocht. Daar werd ik blij van. Met gemiddeld zo'n 200 gulden toog ik dan, licht opgewonden, naar boekhandel Van P., toen nog gevestigd op de hoek van de Kerkstraat en de Rechtestraat. Meestal had ik wel 3 of 4 titels in m'n hoofd; die werden apart gelegd. Daarna ging ik naar de hoofdboekverkoper. Een gedistingeerde man in een pak en een sikje. Hij wist wel zo ongeveer wat mijn smaak was en daarnaast kon hij aflezen uit de keus van de 3 of 4 boeken hoe het met mijn geestelijke gesteldheid was. Hij hield de literatuur goed bij en kwam altijd met onverwachte adviezen. Fijne momenten dus.
Daarna verhuisde boekhandel Van P. naar een groot winkelcentrum en na verloop van tijd verdween de hoofdboekverkoper. De winkel was inmiddels 6 maal zo groot en er stond 4 maal zo veel personeel, maar er was niemand met enig verstand van boeken. Het personeel bestond uit herkauwende koeien met de intelligentie van een schaap, of omgekeerd. Wegblijven dus.
Er is ook nog een andere boekhandel in de middelgrote wereldstad E.: boekhandel S.
Als ik een boek ga kopen en ik zie niets liggen wat mij bevalt, dan ga ik af op de titel en de omslag. Bovenstaand boek vond ik in boekhandel S. De eigenaar is ook zeer belezen.
Mooie omslag, interessante titel, Bezige Bij. Even doorbladeren, paar zinnen lezen ... hmm, kan wel wat zijn. Ik vroeg aan de eigenaar: 'wat vind je van dit boek?' 'Ik ben er in begonnen en het was echt fantastisch, maar ik heb het nog niet uit.' Als je dit bijna standaard antwoord krijgt bij boeken die hij niet heeft gelezen, dan koop je het boek op eigen risico. Maar goed, ik ben er toch weer ingetrapt; gekocht dus. Onleesbaar, maar eigen schuld.

maandag 14 juni 2010

Bami


Dit is ijssalon La Toscana aan het lelijkste plein ter wereld. Dit plein ligt buiten de rondweg en dus is het altijd oppassen. Men verkoopt hier uitermate vies ijs, maar af en toe nemen we er toch een. Het leukste van heel deze operatie is het ijsje opeten op het terrasje voor deze salon. Je hoort interessante gesprekken. Stel hierbij voor dat het onderstaande gesprek wordt gevoerd in hedendaags Gestels van buiten de rondweg.
'De latste tijd it ik keiveul bami'.
'Oooh, en war haldi gij die dan ... hier tegenoveh?
'Neeh, ergens verder op de Hogstrat en witte war ik hillemoal keigek van wor?'
'Neeeh?'
'Da der de inne keer wel un gebakkuk ei op zit en de andre kir nie, zoude gij dar niet keigek van worre?'
... geen antwoord
Daarna ging het gesprek verder over de inboedel van de buurman: stond te veel luxe binnen gerelateerd aan zijn inkomen.

zondag 13 juni 2010

Ball of Confusion


Ball of Confusion zou ook de naam kunnen zijn van die nieuwe WK-bal, maar het is de titel van een liedje van Undisputed Truth. Vroeger was het allemaal tamelijk simpel. Je had 'soulkikkers'; die zaten in de Carlton of Club 67 op de markt, dan had je nog een forse groep mainstream Top 40 publiek, die zaten thuis of op het Stratumseind en de jongeren die zich in de underground waanden en die zaten dan in de Poort van Kleef of de White Horse (ook aan de markt). De laatstgenoemde groep luisterde vaak naar psychedelische muziek of in vroegere tijden naar jazz. Er was een duidelijke scheiding van geesten: je liep niet zo maar van de Poort van Kleef, Club 67 binnen.
Wat maar weinig mensen wisten in die tijd was dat er ook echte negers bezig waren om de soul met de psychedelica te mixen, de zogenaamde psychedelic soul. Het enige bekende soul-orkest dat met een psychedelic soul langspeelplaat wist te scoren, was The Temptations (Masterpiece, 1973, met de hit Law of the Lands). Dit nummer was dus zo'n beetje het 1ste nummer dat in alle 3 bovengenoemde geledingen zonder opstand gedraaid kon worden: Top 40, soulkikkers, psychedelica.
Hierboven een fillumpje van Undisputed Truth met Ma van hun meesterwerk Higher than Higher, waarop ook het ultieme psychedelic soulnummer Ball of Confusion en dat staat dan weer hieronder, maar dan met een fillumpje zonder beweging (duurt ruim 10 minuten, maar wel genieten).
http://www.youtube.com/watch?v=dnjfw6TEBPY
En voor de volledigheid dan nog even Law of the Lands van The Temptations.
http://www.youtube.com/watch?v=xP71jnIy6Ek

vrijdag 11 juni 2010

Polgarmeister


Polgarmeister is de Hongaarse benaming voor burgemeester. In het verre en verwarde Hongarije staat ons huis naast dat van de burgemeester. De burgemeester is een enigszins norse n0-nonsense boer, die daarnaast ook nog een functie heeft in de plaatselijke coöperatie. Een burgemeester in H. is een van de dorpelingen en wordt gekozen. De burgemeester heeft ook wat macht, bijvoorbeeld om te bepalen wat er op August husz (20 augustus, nationale feestdag) gebeurt in het dorp. Dat kan een gezamenlijke eetpartij, gevolgd door een optreden van een komiek (Hongaren kunnen daar erg om lachen) en daarna dansen op het geluid van een orkestje zijn. Er wordt dan stevig gedronken. Ook kan er bij een ander dorp op bezoek gegaan worden. De hele bevolking (plusminus 250 man en vrouw, ik weet niet of de zigeuners uit het dorp mee mogen) wordt in bussen gepropt en aldaar wordt een programma afgewerkt. Een aantal jaren geleden had men zich drankmatig misdragen tijdens zo'n bezoek en dan kan de Polgarmeister verordonneren dat men het jaar daarop voor straf per bus (zonder airco) naar Boedapest moet om het parlement te bezoeken (zonder drank).
De burgemeester past op ons huis en maait het gras. Daarvoor moet hij elk jaar geld hebben en het is elk jaar weer afwachten of er geen verhoging komt. In mei wordt deze betaling gedaan. Aangezien de burgemeester geen enkel woord over de grens spreekt, verlopen de gesprekken altijd tamelijk moeizaam. Ook dit jaar moest er weer betaald worden. Dat gaat volgens een vast scenario: ik loop op zijn erf, roep hard JONAPOT (goedendag), dan komt de buurvrouw naar buiten, begint met haar armen te zwaaien, komt op mij af, zoent mij 2 maal (ze heeft een snor, dus schuurt wat), brabbelt wat, daarna moet ik oma nog een hand geven, die in het Hongaars vertelt dat ze inmiddels 92 is (zij staat in een hoek van 90 graden want rugklachten). Dan komt de burgemeester naar buiten, schudt de hand en naar binnen. Palinka (de plaatselijke zelfgemaakte genever)? Nem kuszunum (neen dankuwel, daar word ik blind van), wijntje? Jo (dat is goed). Daarna begint het tellen van de bankbiljetten: 150.000 forint. Rond de 100.000 begint hij al bedenkelijk te kijken. Ik ook denken: wat zou er nu weer aan de hand zijn; ik vermoed: inflatio. Na de 150.000 uitgeteld te hebben, vraag ik of het goed is. Er wordt een beetje droef gekeken. De vrouw brabbelt wat, de man ook; ik doe net of het niet begrijp. Daarna beginnen ze een grasmachinebeweging na te doen en het woord BENZIN te roepen. Ik begrijp het: de benzine voor de grasmachine is duurder geworden. Ik leg 5.000 forint op tafel. Niet genoeg dus. Nog 5.000 er bij. Ze knikken. We praten nog wat, voor zover dat lukt. Ik vertel ze dat HOLNAP (morgen) alles gemaaid moet zijn (maak dezelfde maaibeweging als zij hebben gemaakt hebben) en loop naar huis, onderweg nadenkend over wat ze volgend jaar kunnen verzinnen.
De foto is een tafereeltje in het dorp.

woensdag 9 juni 2010

Howe

Uneven Light of Day ("Alegrías", Howe Gelb & A Band of Gypsies) from eureka music on Vimeo.

Vandaag verkiezingen. Weinig tijd dus, maar nog wel een splinternieuw videoke van Howe en een Band of Gypsies gevonden. Vet nondeju!

dinsdag 8 juni 2010

Pratende Hoofden (2)


Het hoofd was helemaal leeg; Farizeeër Dzjek (zie 20/2 en 13/3) zat met z'n luchtmachtsnol veilig in de kazerne; Van Verstandverbijsteringsveldt had eindelijk de status, die ze in feite altijd al had: demissionair en ik had al meer dan 10 dagen geen televisie gezien. Een kampvuurtje maken en zorgen dat het vuurtje bleef branden, zodat de inhoud van de pan op temperatuur bleef en op smaak kwam. Zo hoort het.
Hout hakken is normaal m'n hobby niet; ik ben onhandig, dus er kan van alles gebeuren en daarnaast word ik er moe van. Edoch, wat hout hakken voor een knapperend vuurtje met daarboven een pan smakelijk voedsel, mag ik graag doen. Echter, ineens begon tijdens het hakken enige agressie los te komen. Wat was er toch aan de hand? Hoe kon dat? Nadere introspektie leerde dat ik dacht dat ik op het hoofd van Felix Oprottenberg (zie ook Leeghoofderij, 4 april) in aan het hakken was. Morgen zijn de verkiezingen, daarna nog een dag naar het pseudo-intellectuele geleuter van Oprottenberg luisteren, daarna de volgende terrorist. Ook weer een Dzjek: Dzjek van Gelder. Houdt het dan nooit op?

maandag 7 juni 2010

John Kennedy Toole


'Hedde gij da nog nie gelezen', vroeg Ties van de boekenauto op de Markt vol ongeloof? Nee, dus. John Kennedy Toole, Een Samenzwering van Idioten. Goede titel ook; deed me erg aan m'n werkomgeving denken. Hieronder eerst een samenvatting (bron: NRC boeken), daarna nog wat opmerkingen.
De Amerikaanse literatuur wemelt van de krankzinnigen en halve garen. Maar geen romanheld neemt zulke absurde proporties aan als Ignatius J. Reilly, de moddervette en pompeus pratende moraalridder uit 'Een samenzwering van idioten'. Reilly is een nachtmerrie voor zijn omgeving, maar de droom van iedere liefhebber van literaire komedie. Vanuit zijn smerige slaapkamer in een achterbuurt van New Orleans vult hij blocnote na blocnote met polemieken tegen de moderne tijd, die sinds de Middeleeuwen zou worden gedomineerd door 'de goden van Chaos, Waanzin en Slechte Smaak.' Maar dan wordt de aartsluie dertiger door zijn overheersende moeder gedwongen om werk te zoeken, en trekt hij een spoor van vernieling in de stad die zo ironisch de bijnaam 'The Big Easy' draagt. Nog meer dan een satire (de titel komt uit een citaat van Jonathan Swift) is A Confederacy een zedenkomedie. Het zijn de verschillende bevolkingsgroepen van New Orleans die op een hilarische manier te kijk worden gezet door de parade van hoeren, burgers en buitenlui die aan Ignatius voorbijtrekt. Tooles plot, die wemelt van de toevallige ontmoetingen en slim in elkaar grijpende verhaallijnen, is erop gericht om al die prototypische 'Orleanians' op elkaar te laten botsen. Het resultaat is een portret van de stad die geen Mardi Gras nodig heeft om de wereld op zijn kop te zetten, en een roman die door virtuoos gebruik van slang, 'jive talk' en komisch-hoogdravende Reilly-taal het beste van Twain naar de kroon steekt.
Genoeg complimenten. Inderdaad een waanzinnig goed boek. Meteen meedogenloos in m'n top 5 terecht gekomen. Maar waarom? Ik heb het boek in 2 dagen uitgelezen. Op 1 van die dagen sprak ik met een Amerikaans schrijversechtpaar in het verre en verwarde Hongarije. Het was meteen kermis. Style or contents, was de vraag. Stijl of inhoud dus. 'Style is the answer', antwoordde ik. Heisa in de tent. De vrouwelijke helft was van de 'stijl', de mannelijke helft van de 'inhoud'. We kwamen er uiteraard niet uit, want er valt niet uit te komen.
De volgende dag had ik het boek uit. Stijl of inhoud? Waarom was het zo goed? Waarom bleef ik maar aan dit boek denken en waarom denk ik er 1 maand later nog steeds aan? Het was de compositie; je komt uit de tunnel, deze keer geen donker somber riool, maar een prettig verlichte goed vormgegeven gang en als je deze uitkomt, wacht aan het eind het feest een onverwachte plot. Lezen dus.