Onlangs vroeg ik een leerling naar de afwezigheid van een andere leerling. Hij was naar de veearts om uit te zoeken of zijn pols gebroken was. Naar de veearts? vroeg ik. Ja, naar de veearts.
Dat was dichterbij.
Zo doen jongens dat uit de Kempen.
Een man moet in elke stad waar hij langer dan 2 dagen verblijft een vaste plek hebben om na te denken, naar voetballen te kunnen kijken, wat drank naar binnen te slaan en wat te oudehoeren. Anders ga je maar zwerven, rusteloos zijn en nodeloos veel geld uitgeven. Ik heb vaak het geluk dat ik zo'n kroeg vrij snel vind. Zo'n etablissement hoeft maar aan een paar criteria te voldoen: vast, niet al te dom personeel; een bar waaraan je kunt hangen en eventueel een paar tafels met stoelen waar je een krant kunt lezen; niet te veel uitschot en geen of in ieder geval geen irritante muziek. Gelukkig heb ik nog altijd zo'n kroeg kunnen vinden en anders hebben anderen dat wel voor mij gedaan. Zo ook in het verre en verwarde Hongarije in de wereldstad P. Het café heet deze keer de Bloff en is op vreemde manier aan de naam gekomen van het gelijknamige Nederlandse bandje. Het heeft er wel iets mee te maken, maar wat weet ik ook niet. Het cafe ligt redelijk goed verborgen, maar toch centraal. Het staat, denk ik, nog in geen enkele reisgids voor toeristen (Trotter of zo), want ik zie er zelden het obligate Nederlandse echtpaartje (hij: ruitjeshemd met sik, 3/4 broek met sandalen. Zij: flodderig tiesjeurt, 3/4 broek met sandalen, rugzakje en slecht verzorgd).
Donderdag moet ik samen met een collega naar Domburg om daar een verhaal te vertellen over het reilen en zeilen op onze school. Wij zijn geen managers, dus waarom gaan wij naar deze bijeenkomst? Omdat een manager niets over onderwijs kan vertellen, zoveel is duidelijk inmiddels. De opstand tegen de managers begint langzaam vorm te krijgen; deze bijeenkomst zou wel eens een van de laatste stuiptrekkingen kunnen zijn. Laten we het plaatje hiernaast eens nader beschouwen.