zaterdag 6 juni 2009

Angstkunstenaar


Begin 80-er jaren ontdekte ik Maarten Biesheuvel. Biesheuvel schreef vooral korte verhalen, waarin het er vaak flink absurd aan toe ging. Biesheuvel is altijd een beetje ziek in het hoofd geweest en werd af en toe opgenomen wegens angstaanvallen. Ondanks dat, was hij zeer productief in de 70-er en 80-er jaren. Hij werd/wordt door het leven geholpen door Eva, zijn levensgenoot. Ik heb hem 1 keer zien optreden en met zijn kolderieke voorkomen, nasale stem en de inhoud van de verhalen was het genieten. Af en toe zong hij ook een psalm of liedje. Eva zat ergens bij hem in de buurt en tegen het einde vroeg Maarten of er nog tijd was voor iets, want ze moesten nog terug met de trein naar Leiden. Eva knikte en Maarten vroeg of we nog een liedje of een verhaal wilde horen. Her werd een liedje. Bovenstaande geeft alleen maar aan dat Maarten een schepper was, maar aan de andere kant ook volledig afhankelijk. Hij kon van zijn angst kunsten maken. In de jaren 90 en later raakte hij opgedroogd, schreef nog maar weinig, maar kreeg uiteindelijk wel de PC Hooftprijs. Terecht, want zijn verhalen zijn tijdloos en kun je blijven lezen. Hieronder 2 links.
http://www.youtube.com/watch?v=Vf-LLuGk3wo
en
http://boeken.vpro.nl/personen/22542573/

vrijdag 5 juni 2009

Cha-os


Van de week Bolkestein nog gezien op de verrekijk. Weinig veranderd, trad iets meer in herhaling, maar was nog helder. Reageerde rustig op een polariserende vraag, bedoeld om verdeeldheid binnen de VVD creëren:'Nou, dan moet ik maar eens met de heer Wiegel gaan praten.' Later in het gesprek zei hij nog in een andere context:'Dat geeft chaos (hij sprak het op zijn bekende manier uit: cha-os) en dat wil niemand hier aan tafel.' De VVD is nooit mijn partij geweest, maar Bolkestein heb ik altijd wel gewaardeerd, omdat hij de politiek toch wat klasse meegaf.
Heel anders (en dus cha-os en dat wil Frits niet!) was het gisteravond tijdens het afsluitende debat na de EU-verkiezingen. Hieronder een kort verslag, dat ik stuurde aan een landgenoot in een ver, warm land:
Hoi ...,
Toch nog even melden; gisteren was het na de EU-verkiezingen lijsttrekkersdebat. Zeer beschamende vertoning. De sessie met Fortuyn was er niets bij. Men schreeuwde maar wat, snapte niet hoe een debat in elkaar zit en had totaal geen respect voor gespreksregels. Het begint nu ook voor mij tijd te worden om hem hier te nokken, desnoods met het hele gezin. Wilders, dik gewonnen; zat wat te provoceren. Kant (SP) zat onder de coke o.i.d. maakte een hysterische indruk in de ware zin des woords. Hamer, zwaar verloren, (PvdA) zat volledig lamgeslagen wartaal uit te slaan .Van Geel, zoals gebruikelijk nietszeggend. Rutte deed vrij normaal, maar had ook niets te zeggen (had niet zo zwaar verloren als verwacht). Pechtold was voor zijn doen ook veel te opgefokt. Niveau was treurig; dit zijn onze volksvertegenwoordigers. Ferry Mingele kon het allemaal niet bolwerken; was te relaxed, vermoed ik, na zijn wandeltocht naar Compostella. Kortom de kiezer werd geschoffeerd door hen die verkozen waren.
Moest er even uit,
Groeten,
Wim
Ik ben Halsema nog vergeten te vermelden, maar die zat alleen maar wat sereen te glimlachen en had dus ook niets te melden.

donderdag 4 juni 2009

IWAB

De IWAB is verdwenen. IWAB is de afkorting voor Ik Weet Alles Beter. De IWAB was een betweterige, eigenwijze leerling, die het altijd beter wist, tijdens de les irritante vragen stelde, na de les bleef hangen voor meer informatie of met nog een min of meer corrigerende opmerking voor wat betreft de lesinhoud of het didactisch principe kwam. Dit soort leerlingen was niet geliefd bij zowel leerkracht als leerling. De IWAB ging echter altijd onverdroten verder in zijn zendingsdrift. De IWAB was vaak ook nauwelijks te onderscheiden van zijn medeleerlingen; ze zagen er niet uit als 'nerd' of iets dergelijks. Ze hadden altijd hun huiswerk af en haalden hoge cijfers. Vaak zaten ze wel op een van de 1ste rijen. Je kon je er niet tegen wapenen, want leerlingen kennis onthouden, dat ging natuurlijk ook weer te ver. De IWAB was altijd op zoek naar aandacht en ook in de gang of lerarenkamer was je je leven niet zeker. Soms keek je wel eens een toets extra 'zwaar' na om de IWAB op zijn nummer te zetten, maar dan kreeg je na de les weer een hoop gezeur en gediskuzeur. IWABs gingen ook in de pauze door en maakten zichzelf daardoor niet geliefd bij medeleerlingen.
Ik neem aan dat iedereen wel een IWAB in zijn of haar verleden heeft meegmaakt of er misschien zelf een is. Een IWAB ben je namelijk voor het leven. Toch had de IWAB zijn voordelen; soms stelde hij nuttige vragen, zodat je daar je les weer aan kon ophangen; een win-win situatie: IWAB blij, leerkracht blij, de rest ook wat geleerd. IWABs kenmerkten zich ook vaak door specifieke kennis bijvoorbeeld over vulkanen, elektriciteit of tapijtknopen in Zuid Vietnam.
Helaas, hij is niet meer: de IWAB. De absolute nivellering is ingezet. Potentiële IWABs worden in het lager onderwijs meteen onderdrukt door vermoeide leerkrachten en militante medeleerlingen. De doorzetter wordt in het vervolgonderwijs meedogenloos intellectueel geliquideerd. Ik verlang weer naar de IWABs; niet te veel, maar 2 per jaar zou toch mooi zijn. Geef de IWAB weer een kans!

woensdag 3 juni 2009

Herdenken


Even illegaal bezig geweest en een fragment gepikt van Geert Mak's 'In Europa'. Hongarije en dan in 1956; de verloren opstand tegen het Russische regime. Ook tussen de Hongaren zelf conflicten, die soms uitmondden in onnodige (Hongaren zitten namelijk helemaal niet gewelddadig in elkaar) en jammerlijke lynchpartijen van dorpsgenoten. Hier staat een groep Hongaren zingend te herdenken; de beelden zeggen genoeg, de tekst veel over de Hongaarse inborst:

In de grote wereld buiten dit land
Is er voor jou, Hongaar, geen plaats
Of het lot je gunstig gezind is of niet
Hier moet je leven en hier moet je sterven

dinsdag 2 juni 2009

Spretsjiet (3)

Nog even de conclusies voor wat betreft de spretsjiets. Zoals gesteld, een spretsjiet kan een aardig middel zijn om berekeningen te maken waarbij veel data een rol spelen. Na mijn onderzoek kan ik ook een conclusie trekken voor wat betreft de gebruikers en de gevaren daarbij. Ik koppel dit aan een eventuele razzia van bijvoorbeeld de onderwijsinspectie (dit is tevens het laatste wat ik over de inspectie schrijf). Als de de knokploeg bestaat uit een groepje bijdehante laat 30-ers, begin 40-ers en ze hebben ook nog de foute pakken aan (zie spretsjet 1 en 2), dan worden we hoogstwaarschijnlijk afgekeurd, want deze groep heeft het spretsjiet heilig verklaard, raakt opgewonden van onvolkomenheden, stelt geen vragen meer: het spretsjiet heerst en heeft gelijk. Als de knokploeg bestaat uit laat 40-ers en 50-ers (meestal slonzig en des leraars gekleed), dan worden we waarschijnlijk niet afgekeurd, omdat deze groep veelal gedwongen wordt tot het misbruik van het spretsjiet, maar zichzelf en de omgeving meestal nog vragen stelt. Bovendien kunnen zij zaken interpreteren. Indien het een mix betreft van beide groepen zijn we ook slachtoffer, want de 1e groep kan de interpretatie van de 2e groep niet begrijpen. Dit is het laatste over spretsjiets en onderwijsinspectie. Ik ben er nu zelf ook moe geworden.

maandag 1 juni 2009

Horeca (2)


Na de overeenkomsten, de verschillen. Allereerst is er het rookverbod. Men zou verwachten dat het rookverbod in de Italiaanse horeca fors zou worden overtreden of sterker helemaal niet zou worden nageleefd. Helaas voor de rokers: de Italianen houden zich aan het rookverbod. In Spanje daarentegen is er een soort sluipwet waarbij de eigenaars van kleine horecagelegenheden zelf mogen beslissen of er gerookt wordt of niet. Daarnaast wordt het verbod ook in grotere gelegenheden overtreden.
Dat Italianen en Spanjaarden herrieschoppers en aandachttrekkers zijn, moge duidelijk zijn. Spanjaarden blaffen meer tegen elkaar om in de ogenschijnlijke chaos toch nog wat structuur te krijgen; Italianen schreeuwen meer om aandacht te krijgen van het publiek. Ook voor wat betreft het in- en uitruimen van vaatwassers is er een wezenlijk verschil: Italianen gaan wat zorgvuldiger om met het servies; bij Spanjaarden gaat dit gepaard met een hoop gekletter en lawaai. Bij Spanjaarden gaat alles in de vaatwasser, tot wijnglazen toe. Bij Italianen minder. Voor wat betreft de inrichting winnen de Italianen weer duidelijk. Bij de Spanjaarden is alles gericht op het doel, namelijk eten en drinken; bij de Italianen is niet alleen eten en drinken belangrijk, maar ook de entourage. Cafés, zoals wij ze kennen, zijn in forse mate aanwezig in Spanje. Een echt goed café in Italië is nauwelijks te vinden. Over het eten is moeilijk een oordeel te vellen: Italië staat dan wel bekend om zijn goede keuken, maar in Spanje kunnen ze er ook wat van en het is maar net waar je van houdt. Als je niet uitgebreid wilt eten en noodgedwongen de hele dag in de horeca moet verkeren, dan kun je dat stukken makkelijker in Spanje: wat callegillos (verkeerd geschreven, maar koffie met Spaanse cognac), tapas en een fris glas bier zorgen dat je overleeft en dat je je niet hoeft te verplaatsen. Met beide volken is goed een gesprek te voeren over voetbal: veel feitenkennis en verstand van voetbal.
Alles bij elkaar opgeteld is er een licht voordeel voor de Spaanse horeca.

zondag 31 mei 2009

Horeca (1)


Een discussie die vaak gevoerd wordt, handelt over de vraag welk land de beste horeca heeft: Italie of Spanje. Eerst een paar overeenkomsten, daarna de verschillen en dan de conclusies. Ik beperk met tot het cafe- en restaurantsegment. Een van de prettige overeenkomsten is dat in beide landen het gebruikelijk is om pas na de laatste consumptie af te rekenen. Dit in tegenstelling tot het vaderland, alwaar er onmiddellijk na elke kop thee moeten worden afgerekend. Best vreemd, omdat zeker Italianen bekend staan als oplichters, die best in staat zouden zijn om tussentijds, zonder te betalen, een terras of cafe te verlaten. Een misvatting dus. Een andere prettige overeenkomst is dat ober, bediende of serveerster in beide landen een beroep is. In de lage landen is dit niet het geval. Hier heb ik het al een keer over gehad (zie 23 maart), maar het kan geen kwaad dit nogmaals te benadrukken. De ober(es) weet in beide landen van wanten, kan een vol serveerblad op de vingertoppen door een overvol etablissement manoeuvreren, kan hoofdrekenen en heeft uitstekende in de gaten wanneer de gast op uitdrogen staat. Vergelijk bovenstaande maar eens met het gemiddelde gepruts van een 17-jarige die het dienblad met 2 handen krampachtig aan de zijkant vasthoudend overal tegen aan botsend, zonder zich te verontschuldigen en meteen na de 1ste consumptie met een bonnetje aan komt zetten waarop meestal de verkeerde prijs staat afgedrukt, als het al bij genoemde rampspoed blijft. Een 3de overeenkomst is de prettige gewoonte van de Italianen en Spanjaarden om bij de 1ste, maar zeker bij de 2de consumptie een gratis versnapering serveren. Dit kan varieren van een simpel bakje pinda's (met lepel, om niets geinfectecteerd te raken door elkaars vuiligheid!) tot een klein garnituurtje van olijven, noten en een plaatselijke specialiteit, soms zelfs een smakelijke sandwich. De kwaliteit is vaak prima, omdat men zich in deze landen nog zorgen maakt over de 'naam' van de zaak i.t.t. het 'gastvrije' vaderland waar alles om geld draait. In ons eigen land betaalt men al snel voor 8 melige, meestal lauwe, bitterballen en een lik mosterd € 4,50 (meteen afrekenen graag). Morgen de verschillen, want ik moet nu wat verhuizen.
Met excuses voor het ontbreken van de lettertekens in bijvoorbeeld Italie en cafe; dit werkt allemaal niet meer, waarom weet ik ook niet, maar ik ga het niet onderzoeken.